stuurstang
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- metalen staaf waarmee het stuur is verbonden met de draaiinrichting van een voertuig„Het is je gelukt! Je bent een klein ding, maar je hebt het klaargespeeld!" Aan de voorzijde van de stoel bevond zich een soort stuurstang, en toen hij die in beweging bracht, maakte de stoel een bocht en reed evenwijdig met de beek verder.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek