stulp
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (formeel) armoedig woninkjeHet gebaar waarmee De Oude Wieder Nemo en Schoonheid zijn huis aanwees had iets koninklijks. 'Ziedaar,' sprak hij. 'Mijn stulp, mijn paleis, mijn krot, mijn woning. Volg mij en maak het u gemakkelijk.' {{Aut|Herzen, Frank
- (formeel) stolp
Etymologie
* In de betekenis van ‘deksel’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Vertalingen
Engelscabin, hut, shack
Spaanscabaña
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek