stulp

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. formeel (formeel) armoedig woninkje
    Het gebaar waarmee De Oude Wieder Nemo en Schoonheid zijn huis aanwees had iets koninklijks. 'Ziedaar,' sprak hij. 'Mijn stulp, mijn paleis, mijn krot, mijn woning. Volg mij en maak het u gemakkelijk.' {{Aut|Herzen, Frank
  2. formeel (formeel) stolp

Etymologie

* In de betekenis van ‘deksel’ voor het eerst aangetroffen in 1599

Vertalingen

Engelscabin, hut, shack
Spaanscabaña