stuip
mannelijk/vrouwelijk (de)/stœyp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) gewoonlijk meervoud: een abnormale (gesynchroniseerde) ontlading van zenuwcellen (neuronen) in de hersenen
Etymologie
*van Middelnederlands "stupe", in de betekenis van ‘convulsie’ voor het eerst aangetroffen in 1350
Vertalingen
Engelsconvulsion
Spaansconvulsión
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek