stuip

mannelijk/vrouwelijk (de)/stœyp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) gewoonlijk meervoud: een abnormale (gesynchroniseerde) ontlading van zenuwcellen (neuronen) in de hersenen

Etymologie

*van Middelnederlands "stupe", in de betekenis van ‘convulsie’ voor het eerst aangetroffen in 1350

Vertalingen

Engelsconvulsion
Spaansconvulsión