stuiken

Betekenis

werkwoord
  1. door een stoot neervallen
    Wat een leed toch. Vanaf de start van de Tour in Rotterdam stuiken de renners als vliegende dakpannen ten gronde. Iedereen valt. Het lijkt wel de Tour Epilepsie. Renners die in hun hele carrière nooit in de berm hadden gelegen, komen alsnog geschramd en geschonden over de meet. NRC Hugo Camps 17 juli 2010 [https://www.nrc.nl/nieuws/2010/07/17/epilepsie-11920913-a552232 Epilepsie]
    Vijf minuten later had ik ook mijn meelezeres met mijn geknoei besmet. Nu begon vanuit ons middenrif onweerstaanbaar de slappe lach uit te breken. Uit een ooghoek zag ik ook de gastvrouw voorover stuiken van het lachen. Glaasje water! Slikken! Het werd snikken. NRC Frits Abrahams 16 september 2010 [https://www.nrc.nl/nieuws/2010/09/16/oplezen-11943880-a1207314 Oplezen]
    Ik wandelde naar de lessenaar en behoedde mij ervoor over de stenen trede te stuiken. NRC 15 maart 2014 [https://www.nrc.nl/nieuws/2014/03/15/zestien-ogen-1354249-a1071471 Zestien ogen]

Vertalingen

Engelsshock, upset, stake