studie

vrouwelijk (de)/ˈstydi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderwijs (onderwijs) tijd die men besteedt om zich kennis of een vaardigheid eigen te maken
    Hij heeft zijn studie er bijna opzitten.
    'Ik ben gestopt met mijn studie.
    Zodra ik klaar was met mijn studie en mijn eerste echte baan had, zou ik een mooie bruiloft voor haar betalen.
  2. onderwijs (onderwijs) opleiding, studierichting
  3. wetenschap (wetenschap) tijd die men besteedt aan het uitzoeken van een bepaald onderwerp of probleem; onderzoek
    Uit deze studie komt duidelijk naar voren dat er een probleem is in het onderwijs.
    Voor zover ik kan nagaan, is het de uitgebreidste empirische studie tot nu toe naar de komst van de tweede - en naar wat Volling de 'transition to siblinghood' noemt.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘bestudering van bepaald vak’ voor het eerst aangetroffen in 1350

Vertalingen

Engelsstudy
Fransétude
DuitsKursus
Spaansestudio
Zweedsstudie