strooier
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een apparaat waarmee men een bepaalde stof over iets anders kan verdelen door te strooienEr wordt dan wel veel gestrooid, maar twee derde denkt dat strooizout voor een vals gevoel van veiligheid zorgt. „En zoab laat het zout wegsijpelen.” Maar ook complimenten voor de strooiers: „Ze doen het toch maar voor ons.”de Telegraaf 10 jan. 2017
- een persoon die iets verspreidtNausicaa Marbe hekelt in haar column de ramadanwens die premier Rutte gisteren op Twitter plaatste. ,,Rutte is anders geen gretige strooier met religieuze feestwensen. Slechts een nieuwjaarswens verlaat het Torentje."de Telegraaf Nausicaa Marbe 19 jun. 2015
Etymologie
* van strooien
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek