strontvlieg

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tweevleugeligen (tweevleugeligen) soort vlieg uit de familie drekvliegen (Scathophagidae) die bij viezigheid en van uitwerpselen leeft
    Alles is veel voor wie niet veel verwacht, dichtte J.C. Bloem. Maar het meest spectaculair vond ik de nuchtere insteek van filmer Smit. Hij houdt niet van die Bambi-poespas. En hij snapt ook wel dat er in het IJsselmeer geen orka’s zijn. Dus filmt hij met evenveel liefde een staafwants die op watervlooien jaagt. Of de struggle for life van een strontvlieg. NRC Arjen van Veelen 19 februari 2013
  2. minderwaardige mensen die op viezigheid afkomen
    In dat veegje zit alles wat het karakter typeert van man die volgende week baas is van vrije wereld. Het is de vingerknip van executive power. Het is het sadisme van een tv-jurylid die een kandidaat de vergetelheid in stuurt. Het is de pantomime van iemand die mensen wegveegt als strontvliegen. NRC Arjen van Veelen 13 januari 2017

Vertalingen

Engelsfly