stopper

mannelijk (de)/'stɔpər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een voorwerp waarmee iets afgestopt of afgesloten kan worden
    Op deze karaf zit een glazen stopper.

Etymologie

* van stoppen

Vertalingen

Engelsplug
Fransbouchon
DuitsStöpsel
Spaanstapón