stopper
mannelijk (de)/'stɔpər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een voorwerp waarmee iets afgestopt of afgesloten kan wordenOp deze karaf zit een glazen stopper.
Etymologie
* van stoppen
Vertalingen
Engelsplug
Fransbouchon
DuitsStöpsel
Spaanstapón
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek