stommerik
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (pejoratief) iemand die ergerlijk stom doetIk ben zelf een stommerik geweest.
Etymologie
*Afgeleid van stom .
Vertalingen
Engelsstupid
Spaanstonto, cretino, imbécil
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek