stoeterij
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (veeteelt) het bedrijfsmatig telen van paardenDe koningin, die bekendstaat als groot paardenliefhebber, genoot zichtbaar van het evenement, zeker toen er op het hoogtepunt van de show dieren uit haar eigen stoeterij voorbij werden geleid. Met een deken over haar benen en een sjaal om volgde ze de show aandachtig en knikte ze soms instemmend bij alle lof.
- (bedrijf) (veeteelt) de bedrijfslocatie waar paarden worden geteeld
Etymologie
*afgeleid van het Duitse Stute (merrie)
Vertalingen
Engelshors-breeding, stud farm
Fransharas, haras
DuitsPferdenzucht, Gestüt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek