stocks
/stɔːks/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (effectenhandel) waardepapieren die gedeeltelijk eigenaarschap van een onderneming bewijzenDe omzetten waren volgens hem bescheiden. "De grote stocks leveren in", verklaarde hij.De geruchten van Vrede zyn alhier voortdurend - De Stocks zyn dus 1½ pCt gerezen.
Etymologie
*[2] van "stocks", in de betekenis "aandelen" aangetroffen vanaf 1796 (zie vindplaats hieronder)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek