stippen
/ˈstɪpə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) voorzien van puntvormiɡe markerinɡen of versierinɡenZij verstond ook de kunst van op het glas te stippen of te drillen, en behandelde met veel talent het graveerijzer.
Etymologie
*: "stip" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek