stickeren
/ˈstɪkərə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) met een of meer zelfklevende etiketten beplakkenHaar huis moet leeg, we gaan er om beurten met haar naartoe om de spullen te stickeren die ze mee wil nemen.
Etymologie
*afgeleid van "sticker"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek