stickeren

/ˈstɪkərə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) met een of meer zelfklevende etiketten beplakken
    Haar huis moet leeg, we gaan er om beurten met haar naartoe om de spullen te stickeren die ze mee wil nemen.

Etymologie

*afgeleid van "sticker"