steunpilaar

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een pilaar waarop iets rust
    Toen de stalen steunpilaren heet werden door de brand stortte het gebouw ineen.
  2. figuurlijk (figuurlijk) een persoon die heel belangrijk is voor een organisatie
    De amanuensis is de steunpilaar voor de onhandige natuurkundeleraar bij het doen van proefjes.