stereo
vrouwelijk (de)/ˈstereˌjo/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (elektronica) stereofonie
- (elektronica) stereo-installatie
- (wiskunde) stereometrie
- (elektronica) (van geluid) over twee sporen of kanalen.Het geluid was stereo en van goede kwaliteit.
Etymologie
* Van het Griekse "στερεός" (stereos), "stevig, solide"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek