stelselloosheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het stelselloos zijnDe stelselloosheid van de boer zorgde er voor dat zijn erf er rommelig uitzag.
Etymologie
* afgeleid van stelselloos
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* afgeleid van stelselloos