stationwagon

mannelijk (de)/ˈsteʃəɱˌwɛɡən/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een verlengde personenauto met vaak een verticale achterkant; personenauto waarin men extra veel bagage kan meenemen
    De auto's stonden weliswaar voor zijn erf geparkeerd, alleen waren het geen politiewagens, maar een oude grijze Mercedes-stationwagon en een busje met tralies aan de achterkant.

Etymologie

*uit het Engels