stationsklok

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. centraal aangestuurde klok die de tijd aangeeft op een treinstation
    Zelfs de buitenproportionele stationsklok, waar hij zelf het hardst om had moeten lachen, was terug.
    ProRail gaat de komende jaren alle 1500 stationsklokken vervangen. De nieuwe klokken lijken van buiten op de huidige klokken, maar de techniek erachter wordt geheel vernieuwd. Ook worden alle nieuwe klokken rond; nu hangen op veel stations nog klokken in een vierkante behuizing.

Vertalingen

Engelsstation clock