stationeren

/sta(t)ʃoˈnerə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een bepaalde plaats geven om daar (een langere tijd) te blijven, iets of iemand een vaste standplaats geven
    `Ik hoorde dat jullie Mikael Blomkvist weg willen hebben' /` We denken erover hem in Londen te stationeren: /`Nogal bot, als je bedenkt wat hij voor het blad heeft gedaan' {{Aut|Lagercrantz, David
    De Helvetische regering in Zürich nam evenwel een voorstel aan om de Sidelhornbrug te herstellen en een garnizoen ter plekke te stationeren om de strategisch gelegen pas te bewaken. {{Aut|Mitchell, David
    Op 1 september beginnen Mechelen, Hasselt en Kortrijk met publieke deelfietsen die je niet meer in vaste stelplaatsen moet stationeren, maar die je eender waar kunt oppikken en achterlaten. Met een app op je smartphone kun je een beschikbaar exemplaar vinden, je scant de ­QR-code om het slot te openen en weg ben je. De betrokken steden beginnen met telkens tweehonderd knalgroene fietsende Standaard 31 augustus 2017

Etymologie

*van "stationner", gevormd

Vertalingen

Engelsstation, place