statica

vrouwelijk (de)/ˈstatiˌka/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde (natuurkunde) leer van het evenwicht van lichamen in rust

Etymologie

* Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘evenwichtsleer van lichamen in rust’ voor het eerst aangetroffen in 1824

Vertalingen

Spaansestática