starter

mannelijk (de)/ˈstɑrtər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die met iets begint
    Voor starters op de woningmarkt komt er een overgangsregeling.
  2. iemand die vanaf een startlijn aan een wedstrijd begint
    De eerste starters komen al binnen.
    Die sprinter is een van de beste starters ter wereld.

Etymologie

*Afgeleid van start .