stang

mannelijk/vrouwelijk (de)/stɑŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. meestal metalen voorwerp in de vorm van een lange stijve cilinder
    Deze stang verbindt de aanhanger met de trekker.

Etymologie

* In de betekenis van ‘spijl’ voor het eerst aangetroffen in 1494

Vertalingen

Engelspole, rod
DuitsStange
Spaansbarra, vara