stampen
/ˈstɑmpə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) met kracht de voet op de grond doen belandenHij stampte van woede.
- (ov) iets fijn maken door er een zwaar voorwerp op te laten belandenZal ik die muisjes stampen?
- (inerg) (luchtvaart) Met stampen wordt in de luchtvaart een beweging om de dwars-as aangeduid.
- (inerg) (scheepvaart) van een schip een knikkende beweging maken in de lengterichting van het schipDe storm deed het schip stampen en slingeren.
- (ov) (onderwijs) door herhaald lezen of uitspraken in het geheugen prentenKinderwetje van Van Houten: 1874. Generaties Nederlandse scholieren zullen zich die combinatie van feit en jaartal herinneren. Immers: dankzij deze wet mochten ze nu feiten en jaartallen stampen, in plaats van werken in een fabriek.
Etymologie
**[5] (verkorting) van "in het hoofd stampen"
Vertalingen
Engelscrush, pound, tango
Spaanspatear, atabalear, machacar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek