stamhouder
mannelijk (de)/ˈstɑmhɑudər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- oudst levende zoon van een man, die het geslacht in de mannelijke lijn in stand moet houden; de zoon en troonopvolgerDe prins heeft uit zijn huwelijk met journalist Annemarie de Gualthérie van Weezel drie kinderen, onder wie zijn stamhouder prins Carlos Enrique.de Telegraaf 27 januari 2018De eerste stamhouder treedt sinds kort als ’patatbakker’ in de voetsporen van zijn vader EMILE RATELBAND (68), maar blijkt intussen op dat gebied nóg succesvoller te zijn dan de positiviteitsgoeroe zelf. Voor het eerst vertelt hij openhartig over zijn eigen succes en de relatie met zijn soms zo omstreden vader.de Telegraaf Harrie Nijen Twilhaar 29 juni 2017
Vertalingen
Engelsson and heir
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek