staker

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die niet werkt om betere arbeidsvoorwaarden af te dwingen of als protest tegen een misstand
    Op de ochtend van dinsdag 25 februari zetten de Amsterdamse tramconducteurs de trams stil. Een dag later legden ook de werknemers van andere Amsterdamse bedrijven het werk neer. 's Middags was er sprake van een algehele staking. De Duitsers drongen de lokalen binnen waar stakers bijeen waren, arresteerden mensen en schoten met scherp op demonstranten. Negen mensen werden doodgeschoten. Vijfenveertig stakers raakten gewond. Na twee dagen was de staking voorbij. {{Aut|Boumans, Toni
    Onder de indruk van de Russische Revolutie was Alma namelijk gepolitiseerd en had hij een koerswijziging in schoonheidskwesties gemaakt. Kunst diende voortaan een `sociaal gezicht' te hebben: boeren, arbeiders en stakers werden zijn favoriete onderwerpen, weergegeven in een makkelijk herken- en genietbare, frescoachtige vormentaal. {{Aut|Hanssen, Léon
    Als managers en hogere kaderleden ontslagen worden, haalt dat zelden het nieuws. Het zijn geen massaontslagen en er staan geen stakers aan de poorten. Maar het gebeurt wel steeds vaker, signaleren headhunters, outplacementbegeleiders en vakbonden. ‘Ik heb de trend doorheen mijn carrière aan belang zien winnen’, zegt Luc Verstraete, die bij Ascento ontslagen managers begeleidt. ‘Zeker sinds de crisis denken steeds meer bedrijven na over het weghalen en uitdunnen van managementlagen. Dat is nog altijd aan de gang.’de Standaard 10 NOVEMBER 2017

Etymologie

*afgeleid van staken

Vertalingen

Engelsstriker
Fransgréviste