stafkaart

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. nauwkeurige, van oorsprong militaire, topografische landkaart
    `Kom op.' Hugo was opgestaan. 'We nemen de mountainbikes en gaan de bossen uitkammen. Binnen liggen stafkaarten van de omgeving. Ga je mee, Stefan?' {{Aut|Berg, Michael
    Jelmer was als een levende stafkaart voor de omgeving van het plein, want hij woonde met zijn moeder achter de slagerij aan de overzijde. {{Aut |Olde Heuvelt, Thomas
    Een blik op de stafkaart toont waarom Navo-generaals zo nerveus zijn. De troepen in Wit-Rusland kunnen ineens een aanval doen op de smalle corridor die Polen verbindt met Litouwen (de ‘Suwalki Gap’), en zo de Baltische Staten afsnijden van hun Navo-bondgenoten. De Russische troepen bedreigen ook Oekraïnes noordflank, die vanwege de oorlog in de Donbas slecht wordt verdedigd. Vanaf de Wit-Russische grens staat het Russische leger binnen 24 uur in Kiev. Dan is er nog de vrees dat Moskou zijn troepen niet zal terugtrekken na 20 september.de Standaard 15 SEPTEMBER 2017

Vertalingen

Engelsordnance survey map, topographical plan