stadsduif

mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. duifachtigen (duifachtigen) een afstammeling van de gedomesticeerde rotsduif, waarna deze huisduif later weer verwilderd is. De stadsduif is, net als de , de soepgans, de huismuis en de bruine rat, een cultuurvolger met een kosmopolitische verspreiding