Stadhouder
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geschiedenis) de plaatsvervanger van een afwezige vorst in een leenHet ambt van stadhouder bleef bestaan, ook al werden de noordelijke Nederlanden een republiek.
Etymologie
* Samenstellende afleiding van stad (wat in het Middelnederlands ook "positie" of "rang" kan betekenen) en houden
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek