Stadhouder

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis (geschiedenis) de plaatsvervanger van een afwezige vorst in een leen
    Het ambt van stadhouder bleef bestaan, ook al werden de noordelijke Nederlanden een republiek.

Etymologie

* Samenstellende afleiding van stad (wat in het Middelnederlands ook "positie" of "rang" kan betekenen) en houden