staart
mannelijk (de)/start/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een verlengstuk van de ruggengraat bij sommige dierenDe meeste zoogdieren hebben een staart.
- (techniek) het achterste stuk van een vliegtuig of een auto
- (figuurlijk), (anatomie) een bundel lang haarZij draagt haar haar in een staart.
- (figuurlijk), (informeel) ietwat schampere bijnaam voor een jongen die zijn haar in een staart [3] draagtKunnen die staarten van hiernaast de muziek niet wat zachter zetten.
- het laatste deel van iets; eindeMet hem zou ik nog wel een leuke staart aan deze kutavond kunnen breien.
Etymologie
:Noord: : stjärt, (: stertr ‘vogelstaart’)
Uitdrukkingen
- Het venijn zit hem in de staart. — Het meest erge komt op het einde
- Ik krijg er een staart van — Ik ben het zat, ik heb er genoeg van
- Komt men over de hond, dan komt men over de staart — Als het moeilijkste deel van iets is gelukt, gaat de rest vanzelf en veel makkelijker
- Met de staart tussen de benen/poten [afdruipen/weggaan, ...] — Ergens ontredderd, terneergeslagen, teleurgesteld etc. vandaan gaan
- Van kop tot staart — Van het begin tot het einde
- Als men over de duivel spreekt, dan trapt men hem op zijn staart — het over iemand hebben en die dan plots tegen het lijf lopen, of iets gebeurt terwijl je het er net over had
- Een aal ( of een paling) bij de staart hebben — Stoett-7 [https://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_0008.phpv7 www.dbnl.org]
- Hij is te vangen als een aal bij de staart — Stoett-6 [https://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_0007.phpv6 www.dbnl.org]
Vertalingen
Engelstail, tail
Fransqueue, queue
DuitsSchwanz, Schwanz
Spaansrabo, cola, calo
Italiaanscoda
Portugeescauda, rabo
Russischхвост, хвост, хвост
Zweedssvans, stjärt, stjärt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek