staal

onzijdig (het)/stal/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. metallurgie (metallurgie) een legering van ijzer en koolstof
    Te Ter-Neuzen (thans Terneuzen) werden een paar jaren geleden, hoofdzakelijk door Belgisch kapitaal, groote fabrieken gebouwd ter bewerking van ijzer en staal. Bron:Tijdschrift: Het Nieuws van den dag.Opgericht door G. L. Funke en P. van Santen.No. 10363, Maandag 19 October 19034e Blad. Bladzijde 14.Gemengd Nieuws.[http://resources2.kb.nl/010125000/pdf/DDD_010128939.pdf Het nieuws van den dag. 19 October 1903.]
    Het geluid van snerpend staal doet me opschrikken.
    Het virus kan enkele uren in aerosolen in de lucht overleven en enkele dagen op oppervlakten van staal of plastic.
  2. een monster van een stof, een kleine hoeveelheid van iets als proef

Etymologie

* In de betekenis van ‘metaal’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Vertalingen

Engelssteel, sample
Fransacier, échantillon
DuitsStahl, Muster, Probe
Spaansacero, muestra, espécimen
Italiaansacciaio, campione
Portugeesaço
Russischсталь, образец
Zweedsstål, prov
Deensstål