spul
onzijdig (het)/spʏl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- materiaal dat je niet precies kunt of wilt benoemenDit is goed spul! zei de marktkoopman tegen zijn klant.‘Mijn rugzak woog wel 20 kilo, en nu loopt iedereen met dat ultralichte spul.
Etymologie
*in de betekenis van ‘bezitting’ aangetroffen vanaf 1781
Vertalingen
Engelsmatter, stuff, gear
Fransmatos
DuitsZeug, Sache
Spaanssubstancia, sustancia
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek