spuiter
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die spuit (brandweerman, gifspuiter in de landbouw, verfspuiter, drugsgebruiker) door de laatste betekenis heeft een een wat negatieve betekenis gekregenDe foto's van alles wat zich hier nu voltrok. Van iedereen die kreunde, hijgde, drilde, lilde, schudde en schreeuwde. Van al die zweters, soppers, spuiters om ons heen. Het enige dat dit tafereel onderscheidde van de foto's was het gebrek aan gebalkte ogen. {{Aut|Verdonschot, LeonDe Polen werken bij tal van bedrijven in Twente, als lasser, montagemedewerker, staalbouwmonteur of spuiter.Tubantia Bert Hellegers 31-JULI-2017
- iets dat spuit zoals een fonteinHet bestaande beeldhouwwerk met de vissen en de schelpen rond de spuiters werd behouden. Het waterbassin kreeg een nieuwe waterafdichting en ook de ondergrondse kanalisaties, de sproeikoppen en de volledige technische installatie werden vernieuwd. Na de werken kreeg de fontein nog een behandeling tegen graffiti en de lichten werden vervangen door ledlampen.de Standaard 09/05/2017 door edm
- oliebron waar de olie onder hoge druk naar boven komt via het boorgat
Etymologie
*afgeleid van spuiten
Vertalingen
Engelsjunkie
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek