spuiten
/ˈspœytə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) onder druk een vloeistof snel door een nauwe opening doen uitstromenHij spoot rode verf op de muur.
- (erga) het proces van snelle uitstroming van een vloeistof onder drukHet water spoot uit het gat in het vat.Een van de andere jongens kreeg die avond zijn trailnaam. Ik had hem gevraagd de wijn vast open te trekken. Hij draaide de kurkentrekker de fles in en de wijn spoot over hem heen. De fles bleek namelijk geen kurk, maar een draaidop te hebben.
- (inerg) (informeel) heroïne gebruikenHij begon met coke, maar nadat het uitraakte met zijn vriendin ging hij spuiten.
- (seksualiteit), (informeel) ejaculeren
Etymologie
* van Middelnederlands "spoiten"
Vertalingen
Engelsspray, spout
Fransjaillir
Duitsspritzen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek