spugen

/'spy.ɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) speeksel uit de mond doen uitschieten
    Hij kreeg van z'n moeder straf omdat hij op de grond spuugde.
    ‘Ik had mensen als Trump en Vance wel in hun gezicht kunnen spugen’[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/03/01/ik-had-mensen-als-trump-en-vance-wel-in-hun-gezicht-kunnen-spugen-a4884930 www.nrc.nl (1 mrt 2025)]
  2. inerg, eufemisme (inerg) (eufemisme) maaginhoud via de mond weer naar buiten werken
    De jongen spuugde over de rand van het schip.

Etymologie

* Doublet van spuwen onder invloed van de verleden tijd spooch, spōghen en het voltooid deelwoord ghespōghen (waaruit spoog, spogen, gespogen), Middelnederlandse bijvormen van speech, spēghen, ghespēghen bij de infinitief spīen, waaruit de dialectvorm spijen; zie verder spuwen.

Vertalingen

Engelsspit, spew
Franscracher
Duitsspucken
Spaansescupir
Italiaanssputare
Poolspluć
Zweedsspotta