springstof

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. chemische stof die kan exploderen om iets kapot te maken of te verbrijzelen
    De berg werd opgeblazen met springstoffen.
    Een rugzak met daarin een pot springstof en spijkers werd door de verdachte neergelegd op de markt, maar het ontstekingsmechanisme weigerde. NRC Maarten Back 16 december 2016

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘ontplofbare stof’ voor het eerst aangetroffen in 1906