springspinnen

/ˈsprɪŋspɪnə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spinachtigen (spinachtigen) familie met meer dan 5.000 soorten roofspinnen die geen web maken, maar hun prooi bespringen
    Springspinnen weven geen web. Ze sluipen over de grond als een kat. Als ze een prooi zien met hun grote ogen op de voor- en zijkant van hun kop springen ze er bovenop.

Etymologie

*springspin met uitgang -en