spreker
mannelijk (de)/ˈsprekər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die een toespraak houdtDe ongeoefende spreker hield een eindeloze saaie toespraak.
Etymologie
* van spreken
Vertalingen
Spaansconversador
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* van spreken