sprei

vrouwelijk (de)/sprɛi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een soms kunstig versierd kleed waarmee een opgemaakt bed afgedekt wordt

Etymologie

* In de betekenis van ‘dek op bed’ voor het eerst aangetroffen in 1600

Vertalingen

Engelsbedspread, counterpane, coverlet
Spaanscolcha