spreekster
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vrouw die het woord voertNa haar sprak mevrouw Suzanna Hamdani uit Bandoeng, een der oprichtsters van de vereniging, ‘geroutineerd spreekster’ zoals dat heet, en bijna 10 jaar militante.
Etymologie
* afleiding van (nomact) van spreken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek