spreekles

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een les waarin men leert spreken
    In het lokaal naast kleuterjuf Frouk Meinsma krijgen de andere zes kinderen van de klas intussen Nederlandse spreekles van horende leerkracht Loes van 't Hoff. Liplezend en soms gebruikmakend van het kleine beetje geluid dat ze nog via hun gehoorapparaten kunnen opvangen, breiden ze hun woordenschat uit met begrippen als licht en donker, slapen en wakker zijn. NRC Michaja Langelaan 9 februari 1995 [https://www.nrc.nl/nieuws/1995/02/09/dove-kleuters-leren-twee-talen-10445242-a252573 Dove kleuters leren twee talen]