spraakorgaan
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dat deel van de bovenste luchtwegen dat betrokken is bij het produceren van klankenToen onze spraakorganen zich nog aan het ontwikkelen waren, beschikten we nog niet over de fijne motoriek om, zeg maar, een woord als ‘schreeuwlelijk’ uit te spreken. De eerste woorden moeten de gemakkelijkst te realiseren zijn geweest.de Standaard 9 FEBRUARI 2017Van anatomen en neurobiologen leende hij kennis over de bouw van het spraakorgaan en het oor, over het herkennen en verwerken van spraak, muziek en emoties.Volkskrant Maarten Evenblij 10 december 2005
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek