sportdocent
mannelijk (de)/'spɔrdosɛnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (onderwijs) (beroep) professional die lesgeeft in sport en bewegen aan kinderen of jongeren, zowel op scholen (als gymdocent of leraar lichamelijke opvoeding) als daarbuiten (bijvoorbeeld als trainer of buurtsportcoach)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek