spontaniteit

vrouwelijk (de)/ˌspɔntaniˈtɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het uit eigen aandrang en zonder nadere overweging handelen; het onvoorbedacht geschieden, tot uiting komen: de spontaniteit van die reactie
    De winnaar slaakte een vreugdekreet uit spontaniteit.
  2. thermodynamica (thermodynamica) de hoedanigheid van het gebeuren zonder moedwillig ingrijpen van de mens in de vorm van toevoeging van energie
    Een voorwaarde voor spontaniteit is dat de vrije enthalpie vermindert.

Etymologie

*Van het Engelse spontaneity of het Franse spontanéité

Vertalingen

Engelsspontaneity
Fransspontanéité
Spaansespontaneidad