spon
mannelijk/vrouwelijk (de)/spɔn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- stop in de vorm van een schijf met de vorm van een afgeplatte kegel, waarmee het ronde vulgat in een vat kan worden afgesloten
Etymologie
* "spin" met klinkerwisseling /ɪ/ in /ɔ/
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek