spoel
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek) een cilindrische vorm (klos) waaromheen een vezel of draad gewonden kan worden (bij het spinnen, weven of machinaal naaien)Ook bij grote motieven hoeft u niet meer met borduren te stoppen, om er weer een zelf opgewonden spoeltje met garen in te doen.
- (elektrotechniek) met geleidingsdraad omwonden klos of cilinder, (solenoïde) die de eigenschap van zelfinductie heeftVoor de inductantie, ofwel de complexe impedantie Z van een ideale spoel geldt Z_L=j\omega L\!.
- (fotografie) rond voorwerp om film- en geluidsbanden omheen te wikkelen
- schietspoel
- (techniek) het holle, doorschijnende ondereinde van een veer
Etymologie
* In de betekenis van ‘klos’ voor het eerst aangetroffen in 1477
Vertalingen
Engelsbobbin, inductor, coil
Franscanette, bobine, canette
DuitsSpule, Spule
Spaanscarrete, bobina, bobina
Italiaansinduttore
Poolscewka
Zweedsspole
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek