spoeden

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. zich met grote haast snel bewegen
    De Fransen verroeren zich niet. Als een dodelijk gewond dier, dat bloedt en zijn wonden likt, blijven ze vijf weken in Moskou, zonder iets te ondernemen, en plotseling, zonder dat daar een directe reden voor is, vluchten ze terug: ze spoeden zich over de Kaloegaweg (zelfs na een overwinning, want het slagveld in de buurt van Malo-Jaroslavets is nog in hun handen) zonder één serieus gevecht aan te gaan, en gaan nog sneller terug naar Smolensk, voorbij Smolensk, voorbij Wilna, voorbij de Berezina en nog verder. {{Aut|Tolstoj, L.N.
    Ze minachten zelfs hun eigen gemeenschappelijke Europese instellingen - behalve wanneer ze zelf mogen komen bedelen om centen, waarmee ze zich schaamteloos van Brussel naar huis spoeden om daar te spuwen in de hand die hen voedt. Ze sluiten de hekken en grijnzen: we hebben ons eigen Europese huis weer flink beetgehad. Volkskrant Stefan Hertmans 26 augustus 2017
  2. met grote haast handelen

Etymologie

* eerste vermelding 13de eeuw

Vertalingen

Engelshurry, make haste