spitzen
/ˈʃpitsə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (schoeisel) schoenen voor ballerina's van zeer soepel materiaal met een verstevigde zool en puntHij had een sterke voorkeur voor zeer slanke danseressen met lange ledematen en een klein hoofd: mannequins op spitzen.Bij de ballet-oefeningen, welke blijk gaven van goede training en ernstige studie, sloot zich een keurig en gracieus op spitzen gedanst „Pizzicato" aan.
Etymologie
*(verkorting) van "Spitzenschuh"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek