spirocheet

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌspiroˈxet/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. benaming voor bacteriën uit de groep
    Maar ik bestudeerde ook de genetica van ciliaten (eencelligen met een zweepstaart), en het werd me duidelijk dat als endosymbiose opging voor de bladgroenkorrels en voor de mitochondria, het ook zo moest zijn voor de ciliaten. Zij moeten zijn ontstaan uit endosymbiose van een spirocheet, een kurkentrekkervormige bacterie, met een eukaryoot, een cel met een kern.

Etymologie

*gevormd uit "σπεῖρα" (speira) "spiraal" en "χαίτη" (chaítè) "manen, lang haar", omdat ze de vorm van een kurkentrekker hebben