spiritist

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aanhanger van het spiritisme
    Ik ben opgegroeid in een gezin waarin het paranormale een belangrijke rol vervulde. Mijn opa en oma van vaders kant waren overtuigd spiritist en lid van een spiritistische vereniging (Harmonia) waar met grote regelmaat seances werden gehouden die ook mijn vader op jonge leeftijd al bijwoonde. De Telegraaf NATHALIE KRIEK 29 okt. 2016 [https://www.telegraaf.nl/vrouw/1279896/nathalie-keerde-spiritisme-definitief-de-rug-toe Nathalie keerde spiritisme definitief de rug toe]
  2. iemand paranormale diensten verleent
    Het ligt overigens niet voor de hand dat de veelbesproken spiritist op korte termijn ook dansend op het veld van AZ staat. „John en ik hadden elkaar al lang niet gezien en hij was nu toevallig in de buurt, vandaar dat hij langskwam”, verklaarde Van den Brom zijn bezoek. De Telegraaf 14 okt. 2017 [https://www.telegraaf.nl/sport/809239/az-boost-door-tovenaar-troost AZ: ’boost’ door 'tovenaar' Troost?]

Etymologie

* afleiding van spiritisme

Vertalingen

Engelsspiritist, spiritualist