spint

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het lichte en zachte hout dat in de stam direct onder de schors zit
  2. dierkunde, landbouw (dierkunde) (landbouw) spinsel van de spintmijt
zelfstandig naamwoord
  1. spinachtigen (spinachtigen) een infectie van mijten op planten. Spint tast de bladeren aan en treedt vooral op onder warme, droge omstandigheden

Etymologie

* In de betekenis van ‘buitenste jaarringen van bomen’ voor het eerst aangetroffen in 1445

Vertalingen

Spaansalbura